CATALONIË

Taal, cultuur en literatuur

Poëzievertalingen

Drie gedichten over de herfst van drie eigentijdse dichteressen die vertellen over de bijzondere kleuren en geuren van dit jaargetijde.

TÒNIA PASSOLA

Magenta

De regen prikt met haar naaldenblik
overdadige tatoeages in de middag;
de dag versmelt in het purperen feest.
Zoete cadens van het gebaar zo intens
en weldadig, zo ver weg: zo van jou en mij!

Tussen wouden in volle maan
verschijnt de godin en dooft
de vraatzuchtige volheid.

De uren beginnen opnieuw.

MARIA ÀNGELS ANGLADA

Herfst in Requesens

De bergen vol spikkels van breekbaar goud, weelderig
purper. Heldere stemmen van de kinderen
– Laura, Adrià – op het klavecimbel
van het doorzichtige water tussen de keien en de schaduw
van vruchtbare kastanjes.
Ik weet wel dat het een moment van rust is,
dat de lange vingers van de winter de bladeren van de esdoorns
die het everzwijn plattrapt, weer asgrijs zullen kleuren.
Maar laten we nu het moment vangen, wanneer de middagzon
de takken met goud aansteekt en de kleine handen
verwarmt die zich gelukkig sluiten om de broze kastanjes
en volwassen blikken die zich sluiten om de broze herinnering.

Uit: Poesia completa (Edicions Vitel·la, Bellcaire d’Empordà, 2009)

ROSA LEVERONI

Herfst

I
Chrysanten, stralend
spoor van licht op het grijze
uur van de namiddag.
Jullie parfumeerden de stad
met een verlangen naar bossen.

II
De liefde was
de vergulde siddering
van die herfst.
De sneeuw op de berg,
De kus op de lippen.

Uit: Obra poètica completa (CCG Edicions, Girona, 2010)

************************************************************

Hoewel humor en woede terugkerende emoties zijn in de poëzie van Dolors Miquel, schrijft ze soms ook melancholisch getinte gedichten. Zoals het volgende gedicht waarin een bezoek aan het paradijs geen voldoening lijkt te geven.

HET PARADIJS

“Als een man in een droom door het Paradijs loopt en hij krijgt een bloem als bewijs dat hij daar geweest is, en als hij bij het ontwaken die bloem in zijn hand aantreft… Wat dan?”
COLERIDGE

In een droom liep ik door het paradijs
en daar kreeg ik een bloem.
De bloem lag daar toen ik wakker werd,
bovenop de lakens. Hij was wonderschoon.
Ik liet haar zien aan mijn moeder
die opgesloten woonde in het hart van een artisjok
waar ze de zijde van haar ogen spinde, die zij verwerkte
tot prachtige, veelkleurige lijkwaden.
Moeder, ik ben in het paradijs geweest – zei ik tegen haar.
En zij haalde uit haar zak
een verdroogde bloem, precies zo een, dezelfde.
Toen begreep ik
dat het niet genoeg was
om in het paradijs te zijn geweest.

Uit: Rebellie, bloemlezing van gedichten van zes Catalaanse dichteressen. Uitgegeven door Zirimiri Press. Selectie en vertaling: Marga Demmers

************************************************************

Over de Spaanse burgeroorlog schreef Marta Pessarrodona het volgende gedicht, gebaseerd op familiegebeurtenissen en opgedragen aan haar moeder:

OORLOGSSCÈNES

Rennen, rennen,
we worden gebombardeerd!,
smeekte de moeder haar beide dochters.

De oudste deed alleen
haar best om de uitzet
te redden, die van haar dan
(de jongste heeft het haar nooit vergeven).

Ik weet niet of juist op dat moment
de verloofde van de oudste aan het front een kogel kreeg
die hun bijna van toekomstig nageslacht had beroofd.

De kogel kwam, en ook het bombardement,
en ook de rancune van de jongste,
die haar hele leven zou duren
of even lang zou zijn als de fictieve vrede.

Van de kogel bleef alleen een stompje
aan zijn dijbeen over, en hoewel de bommen
geen spoortje nalieten op de uitzet,
broeide de zusterlijke rancune dag aan dag.

Alle hoofdrolspelers van dit verhaal
stierven keurig in hun bed, zoals het hoorde.
Zo ook de organisator van de bommen,
de kogel, de rancune van de jongste
dochter en, vooral, de fictieve vrede.

Soms denk ik dat er geen rechtvaardigheid bestaat.

In memoriam Montserrat Artigues i Isanta

Uit: Rebellie, bloemlezing van gedichten van zes Catalaanse dichteressen. Uitgegeven door Zirimiri Press. Selectie en vertaling: Marga Demmers

************************************************************

‘Verwondering’, thema van de Gedichtendag 2014. Twee Gedichten in proza (El griu, 1978) van Joan Vinyoli, waarin verwondering een rol speelt.

De ster
Ga naar de boekwinkel en koop de ster. Ga daarna naar het station Sants; stap in de trein die je naar het vliegveld brengt en over het ‘rollende tapijt’ bereik je dan comfortabel de immense ruimte waar van alles is. Stap het terras op dat uitkijkt over de landingsbanen, maar haal het niet in je hoofd om daar vandaan de ster omhoog te laten, want de snavelvliegtuigen slokken hem op. Blijf gehurkt zitten, beschut tegen de wind en toegedekt met een Peruaanse deken of een trui van dikke wol in flessengroen of oranje met strepen en fantasiefiguren. Kijk met je hele donkere en flonkerende ogen naar de machines die opstijgen of landen. Luister hoe ze krachtig bulderen, maar luister nog meer naar het ‘geheime lied’ van je hart. Neem een hele koude ‘piccolo’ of een hele warme kop koffie. Brand je mond niet. Kijk met gefascineerde ogen naar de mensen van overal vandaan.

De kinderen
De kinderen zijn van school weggelopen en huppelen lacherig over de nabije heuvels en bekogelen elkaar met watten stenen en balletjes meel, die ze een witte waas achterlaten. Plotseling verschijnt aan hun een immense engel van rood papier, waardoor ze sprakeloos en verbluft blijven staan. De hele hemel is roodgekleurd. Al zingend en joelend en tuimelend keren ze gelukkig terug naar school en vertellen je wat hen is overkomen. Je zegt hen dat het vast geen engel was, maar de weerschijn van het licht van een lage wolk. Ze spreken je echter tegen, want het was geen engel en geen wolk, maar jouw ster die hen beschermde en versteld deed staan. Met je hele donkere en flonkerende ogen keek je naar de kinderen ven voelde je ‘geluk’.

Aan Teresa Font in Anyé,
uit haar boekje.
Januari 1978

************************************************************

Poëzie en muziek, ter gelegenheid van de Poëzieweek 2013:

NORA ALBERT

Terwijl de viool de lucht kietelt,
naderen twee wolken en ze kussen elkaar.
Ze ontketenen vrijages, dorstige likeuren,
vage lichten dronken kooien.
En de middag, ongrijpbare wijsgeer,
stijgt geruisloos op -reeds herinnering-
door de naakte arpeggio’s van onze lichamen.

Uit: Woorden en kooltjes vuur (València, 2004)
Vertaling: Marga Demmers

JOSEFA CONTIJOCH

Ik treurde niet om jou
Ik treurde niet om jou
en treurde niet om mij
ik treurde om de dans
die wij zo enthousiast
hadden afgesproken
en die we niet dansten
en die we niet dansten.

Uit: De trage illusies (Barcelona, 1999)
Vertaling: Ton Ceelen

JOSEFA CONTIJOCH

Tweeluik van de glamourvrouwen
I
Glamourvrouwen met hun fonkelende ogen
turen uit de ovaalronde vensters
op hun gezicht het profiel van de slaap
zij weten alles is moeilijk en zwaar
intussen speelt het orkest onverstoorbaar
rumba’s mambo’s cha-cha-cha’s.

II
Glamourvrouwen met hun fonkelende ogen
in het donker van de uitgedoofde spots
slaaf van onbekende eendagsliefdes
op de suggestieve puls van het verdriet
dansen solo met hun stille twijfel
is dit wel de juiste dans.

Uit: De trage illusies (Barcelona, 1999)
Vertaling: Ton Ceelen

RICARD MIRABETE

In een week geworden suikerklontje
Hij is een kale vogelverschrikker
zonder solide geraamte. Hij is een lied
zonder tekst, hij is een wervelwind
die iedereen vergeten is, zolang al
is er geen slaaptijd meer geweest
zolang al heersen chaos en bevrijding.
Na de implosie van seconden
in een week geworden suikerklontje
dat je laat liggen naast je koffiekop.
Hij is een kale vogelverschrikker
zonder roemrijk geraamte. Hij is een lied.

In: Radar (Barcelona, 2012)
Vertaling: Ton Ceelen

TÒNIA PASSOLA

Muziek
Stijg op uit het schimmenrijk, O Muziek
Kom nader geïnspireerde hemelbries
Die de zinnen tot uitputting opzweept
Verplaats je langs smalle smokkelpaden
Dring in mij zoals geen ander dit kan

Zaad waaruit de lente ontspringt
Zij die wegzinkt en uit de krochten
Bevrijdende wijn van emoties brengt
Vol oeroud vuur dat de winter schroeit
Vreugdedans vervuld van wijsheid

Verstoting uit het moederlijf
Verbintenis met een tijdloos raadsel
Dwingend overgeërfd universum
De openstaande deur van de minnaar
Die ik zonder jouw hulp nooit zou openen.

Uit: De zinnelijke stilte (Valencia, 2001)
Vertaling: Ton Ceelen

************************************************************

Maria-Mercè Marçal wordt in Catalonië beschouwd als een van de belangrijkste dichters van de laatste tijd. Helaas jong overleden heeft ze slechts enkele dichtbundels en één roman nagelaten. Maar deze hebben een enorme impact gehad, niet in het minst door haar persoonlijke stem die daarin door klonk. De thema’s waar ze over schrijft zijn typisch vrouwelijke onderwerpen, zoals het moederschap en de relatie moeder-dochter, maar ze zijn tegelijkertijd universeel: liefde, eenzaamheid, de dood.

Hieronder volgen enkele korte gedichten van haar hand. ‘Devies’ opende haar eerste bundel Cau de llunes (Manenhol) (1977) en was een sterk statement dat indertijd veel stof deed opwaaien.

Devies
Aan het toeval dank ik drie giften: geboren te zijn als vrouw,
uit een lage klasse en een onderdrukte natie.
En het troebele azuur van drie maal rebel.

Het tweede gedicht, ook uit Cau de llunes is een voorbeeld van de traditionele Catalaanse vormen en beelden waar Maria-Mercè Marçal gebruik van maakte:

Liedjes van fijn papier
vullen mijn korfje
en maken een gat
onder in mijn zak.
Kijk wat een overdaad
aan witte manen!
Ik draag manen en liedjes
in mijn oor.

Uit Bruixa de dol (1979) is het derde gedicht:

Ik zal mijn verdriet naar zolder brengen
met de pop zonder ogen en de kapotte paraplu,
het verlopen schrijfschrift, het oude gordijn.
En ik zal de treden aflopen in een jurk van vrolijkheid
die onbezonnen spinnen zullen hebben geweven.

Er zal verkruimelde liefde zitten onder in mijn zakken.

Meer gedichten van Maria-Mercè Marçal zijn te vinden in Rebellie / Rebel·lió, een bloemlezing van werk van zes Catalaanse dichteressen, in 2012 uitgegeven door Zirimiri Press.

************************************************************

Poëzie en de nacht, ter gelegenheid van de Poëzieweek 2011:

Clementina Arderiu (Barcelona, 1889-1976) schreef niet alleen poëzie, maar werkte ook teksten van Rabindranath Tagore om in gedichten. Bovendien was ze een productief publiciste en actief in diverse culturele kringen. Critici situeren haar werk binnen het postsimbolisme. Het volgende gedicht Over de nacht en de zee (De la nit i el mar) komt uit de bundel Tegenlicht (Contraclaror):

Nacht,
geheime deur het hart uit,
geen slot of koord houdt jou tegen;
stilte die mijmert,
nacht,
slechts omringd door oneindigheid.

Kom,
als jij vooruit gaat, kan ik
daarna aan boord gaan
– een lichte engel wijst de weg;
zorg
dat ik voor altijd kan varen.

Nacht,
met je onbewogen hemel
en bittere klamheid!
Met welke grote vreugde,
hart,
vul jij het woord ‘vergeten’!

Vreemd,
in de nacht, de uitgestrekte zee
te kunnen bevaren, bevrijd;
volop te leven, bewust,
zee
en nacht, het zout van jullie toevluchtsoord!

Door haar werk als bibliothecaresse in de Universitat Autònoma van Barcelona kwam Rosa Leveroni (Barcelona, 1910-1985) in contact met dichters en schrijvers. Ook haar werk wordt als postsymbolistisch betiteld. Leveroni heeft na de burgeroorlog een actieve rol gespeeld in het opnieuw opbouwen van het culturele leven in Catalonië. Bovendien was ze belangrijke contactpersoon tussen de auteurs in Catalonië en die in ballingschap. Het volgende gedicht maakt deel uit van een cyclus waarin het verlangen wordt geuit naar de afwezige geliefde.

Wat een heldere nacht, mijn lief!
We kunnen op sterren gaan vissen
die een gloed van groene schubben
achterlaten op onze hand.
Wat een mooie nacht, mijn lief!
Ze ruikt naar jonge maan,
ik zie ons varen op de fijne geur
met de nasmaak van munt.

Dichteres Josefina Vidal (Tàrrega, 1932) heeft vele jaren in Nederland doorgebracht, waar zij o.a. werkte voor Radio Nederland Wereldomroep en vriendschap sloot met Cees Nooteboom. In veel van haar gedichten geeft zij op indrukwekkende wijze uitdrukking aan haar verdriet om het verlies van twee zeer geliefde personen. Slapeloosheid is daarin een thema, net als in het volgende gedicht.

Ergens in de buurt blaft een hond
dichtbij de stadsmuur.
Drie uur ‘s ochtends is het
en volop nacht.
Het is de slaap nog niet gelukt
mijn strik te ontwarren.
De nacht is een zwangere moeder
en ik, in haar buik,
ben bijgevolg en uit roeping
nachtwandelaar.

Felícia Fuster (Barcelona, 1921) werkt als schilderes, dichteres en vertaalster. Zo heeft zij niet alleen een boek van Marguerite Yourcenar in het Catalaans vertaald, maar verschillende Japanse auteurs. Haar liefde voor Japanse dichtvormen uit zich in de vele haiku’s die zij heeft geschreven. Een voorbeeld:

Grootse nacht       Dis om
traag de sterren te proeven
Met gesloten mond

Advertenties

3 reacties op “Poëzievertalingen

  1. Pingback: Poëzieweek op z’n Catalaans | CATALONIË

  2. Pingback: Poëzieweek 2014, ‘Verwondering’ en Joan Vinyoli | CATALONIË

  3. Pingback: Herfstgedichten | CATALONIË

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: